REEUWIJK – De eilanden in plas Ravensberg verkeren al vele jaren in erbarmelijke staat. Er zijn plannen genoeg ter verbetering, maar het schort aan de uitvoering. Eigenaren, jagers en vrijwilligers die willen voorkomen dat deze eilanden voorgoed verloren gaan, hebben de handen ineen geslagen en zijn overgegaan tot actie. Het werpt zijn vruchten af. Nu, in het tweede jaar, is er sprake van een zichtbaar herstel.

“Ongeveer drie jaar geleden is het idee bij een paar jagers en eigenaren opgekomen om zelf iets te gaan doen aan het herstel van de eilanden, voordat het te laat zou zijn,” vertelt Heidi Looy, jager en coördinator van de vrijwilligersgroep. Door wijzigingen in de jachtwetgeving maakten de jagers die de eilanden pachtten geen gebruik meer van de jachthutten die erop stonden. Ze kwamen er niet meer, de eilanden werden niet meer onderhouden en raakten dus in verval.

In 2018 stelde Watersnip Advies in opdracht van Stichting Veen een plan op om de oevers te beschermen. Hiervoor werden een aantal palen ter beschikking gesteld. “Het was lang niet genoeg om de oevers van alle eilanden aan te pakken,” legt Heidi uit. “Het zijn er nogal wat en alles bij elkaar gaat het om heel veel strekkende meters.”

Beproefde methoden

Sluipwijker, bioloog en Reeuwijkse plassenkenner bij uitstek Henk van der Starre vult aan: “Om de overige eilanden tegen verdere afkalving te beschermen maken we gebruik van zogenaamde wiepen, een van oudsher beproefde methode die hier veel is toegepast.”

Van verse wilgentakken worden lange bundels gebonden, die een eindje uit de kant op het water worden gelegd tussen in de plasbodem geslagen palen. Omdat er leven in de takken zit, gaan ze wortelen. De wortels groeien door het water en dringen de bodem in, zodat de wiep vast komt te liggen. De golfslag wordt daardoor gebroken, terwijl de uitwisseling van water binnen en buiten de wiep doorgaat.

Wilco van Roon, hovenier, jager en Reeuwijker van geboorte, voegt nog toe: “Ook aan de bovenkant gaan ze uitlopen, maar die takken zagen we er gewoon elk jaar af. Je ziet nu al dat het riet verder naar buiten gaat groeien, voorbij de wiepen.”

Naast oeverbescherming verricht de vrijwilligersgroep ook andere onderhoudswerkzaamheden, zoals maaien, snoeien en knotten op de eilanden. “We zijn begonnen met het weghalen van bramen en brandnetels. Het materiaal dat we van de eilanden afhalen, gebruiken we om de oever aan te vullen, waar het door de natuur zelf wordt verwerkt en afgebroken.” De eilanden die vorig jaar zijn aangepakt, zien er nu heel anders uit. Henk: “Je ziet dat zich meer biodiversiteit aan het ontwikkelen is. De plantengroei is veel gevarieerder: kattenstaarten, moerasspirea, koninginnenkruid, springbalsemien en zelfs orchideeën zijn naast nog andere soorten op de eilanden te vinden. Het aantal en de verschillende soorten insecten zijn ook duidelijk toegenomen, vooral de vlinders.”

Zelfwerkzaamheid

“Het is fantastisch om te zien hoe deze groep, gedreven door enthousiasme en betrokkenheid voor het Reeuwijkse plassengebied, aan de slag is gegaan,” vertelt Heidi. “De samenstelling is heel divers: naast eigenaren en jagers zijn er mensen die beroepsmatig buitenwerkzaamheden verrichten en belangeloos de nodige gereedschappen ter beschikking stellen, zoals Wilco en Martin van Hanswijk. Verder is er een aantal mensen dat zich betrokken voelt en graag de handen uit de mouwen wil steken. Dat zijn zelfs niet alleen mensen uit deze omgeving, maar zelfs afkomstig uit Zwolle!”

De werkdagen vinden in twee tot drie ronden per jaar plaats. De volgende data zijn vastgesteld: zaterdag 14 november, zaterdag 12 december en zaterdag 23 januari 2021. Deze data zijn onder voorbehoud van het weer en de werkzaamheden. Voor nadere informatie kunt u contact opnemen met Heidi Looy: heidilooy@kpnmail.nl

 

BRON: Kijk op Bodegraven-Reeuwijk, door Loes Kamer – Foto’s: Heidi Looy